Er is geen ontkomen aan. In landen waar natuur een hoge prioriteit heeft, loop je gegarandeerd dieren tegen het lijf. De één is goed verstopt. De ander zoekt je op. Voor menigeen is het zien van wildlife één van de drijfveren voor een bezoek aan Australië of Nieuw-Zeeland. Kangoeroe, koala en kiwi zijn de bekendste, maar de lijst is een stuk langer en bevat een groot aantal bijzondere exemplaren.
Miljoenen jaren geleden raakten Australië en Nieuw-Zeeland los van Gondwana - het zuidelijk supercontinent dat ongeveer 200 miljoen jaar geleden ontstond. Al die tijd hebben beide landen in alle rust kunnen evolueren tot gebieden met unieke ecosystemen. De flora en fauna hebben zich tot in detail aangepast aan de vaak extreme omstandigheden. Neem nou de ‘water holding frog’ in Australië. Regen is in de woestijn een schaars goed en jaren van droogte zijn eerder regel dan uitzondering. Al die tijd houdt deze kikkersoort zich schuil onder de grond tot het moment aanbreekt dat het gaat regenen. Uit het niets komt hij boven de grond om zich te vullen met water en na een paar dagen weer voor een aantal jaar te verdwijnen.
In het Tropische Noorden van Australië regent het juist in overvloed. Net na het regenseizoen staat het regenwoud in bloei en is de natuur getransformeerd tot een groen paradijs. Uit alle hoeken en gaten komen dieren weer tevoorschijn en dit is dan ook dé tijd van het jaar om het regenwoud in volle glorie te ervaren.


